Vereniging Oud Valkenburg

Brongersma

Een halve kilo zware, vuistdikke, zwarte steen verbrijzeld in januari een dakpan van een schuurtje in Broek in Waterland. De eigenaren zijn op het moment van de inslag niet thuis. Ze constateren de vernieling pas de volgende dag. In eerste instantie hebben ze geen idee waar de steen vandaan komt. Via het internet komen ze in contact met Naturalis. De steen blijkt een meteoriet te zijn.

Naturalis voorheen het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden wordt in 1820 bij koninklijk besluit opgericht. Bioloog Leo Brongersma begint zijn carrière bij het museum als conservator. Zijn wetenschappelijke belangstelling richt zich vooral op die van Nederlands Nieuw-Guinea. In nauwe samenwerking met de Koninklijke Marine onderneemt hij verscheidene expedities.

Op 17 januari 1952 vertrek uit Nederland een Catalina vliegboot naar Nederlands Nieuw-Guinea. Het toestel staat onder bevel van luitenant ter zee-vlieger der eerste klasse G.F. Venema, die kapitein-luitenant ter zee vlieger A.J. de Bruijn aflost als commandant van de Marine Luchtvaart Dienst op Nederlands Nieuw-Guinea. De bemanning bestaat verder uit de vliegers Berger en Van Weezel, vliegtuigmakers Swaab en Boer en de telegrafisten Van Doorn en Van Hulsel. Bovendien bevindt zich aan boord de onderdirecteur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, dr. L.D. Brongersma, die in Nederlands Nieuw-Guinea wetenschappelijk onderzoek zal starten op het gebied van reptielen, amfibieën en insecten. De vliegreis naar Biak neemt een kleine twee weken in beslag en gaat via Marseille – Luca (Malta) – Nicosia (Cyprus) – Basrah (Irak) – Mauripur (Pakistan) – Negombo (Ceylon) – Butterworth (Malakka) en Labuan.

Brongersma geniet van de geboden gastvrijheid op Biak en voelt zich al snel thuis tussen het marinepersoneel. In de buurt van het woonkamp begint hij met verzamelen van hagedissen. Zo nu en dan wordt met een bulldozer van de Koninklijke Marine, ‘even’ de wildernis in gereden zodat Brongersma de hagedissen slechts, voor het opscheppen heeft. Waar nodig drukt de bulldozer terloops ook even een boompje om, zodat ook de insecten, welke in de toppen van de bomen leven, verzameld kunnen worden. Elke plaats in het kamp heeft haar speciale insectensoorten. Zo worden er fraaie boktorren nabij de hut van de commandant gevangen. De enorme omvang van de collectie welke door Brongersma verzameld wordt is zo groot dat de Leidse specialist op dit gebied vier jaar nodig heeft om de collectie te determineren. Eind augustus keert Brongersma per Catalina terug naar Nederland.

Enkele jaren later leidt Brongersma, inmiddels opgeklommen tot directeur van het museum, een expeditie vol tegenslagen naar een van de weinige nog onbekende gebieden van Nederlands Nieuw-Guinea, het Sterrrengebergte, nu Papoea-Nieuw-Guinea. Toekomstig commandant van het vliegkamp Venema vergezelt hem als technisch leider.

De Naturalis-onderzoekers hopen “de Broek in Waterland”, zoals de meteoriet nu officieel heet, in de collectie op te kunnen nemen.

Copyright Oud Valkenburg