Vereniging Oud Valkenburg

Intervieu met Dr. C. Vermeulen

EEN LEVEN IN DIENST VAN DE MEESTER

 

Interview met dr. C. Vermeulen ter gelegenheid van zijn afscheid van Confessioneel

door Marianne Glashouwer – van der Lugt

Een Liedboek is nog lang geen Kerkboek’. Dat was de titel van het eerste artikel dat Cor Vermeulen 20 jaar geleden schreef voor ons blad ‘Confessioneel’, toen nog ‘HW Confessioneel’ genoemd. Deze zomer mocht hij 75 jaar worden en dat vond hij een mooie gelegenheid om – weliswaar met pijn in het hart -  te stoppen met zijn redacteurschap van de pagina ‘Kerk en Geloof’. Acht jaar lang hebben we fijn als redacteuren samen gewerkt.  Daarom ben ik vandaag op bezoek in het gezellige huis van Cor en zijn vrouw Nellie, die er zo nu en dan bij komt zitten om een en ander aan te vullen of een anekdote te vertellen.

Je hebt een bijzondere weg afgelegd als Officier van het Leger des Heils naar het predikantschap. Hoe ben je daar zo toe gekomen?

Mijn ouders hoorden bij het Leger en zo groeide ik daar als kind vanzelf in op. Daar ontmoette ik ook mijn vrouw Nellie. Samen zijn we jarenlang in het Leger des Heils actief geweest. Als officier kwam  ik regelmatig met predikanten in aanraking en ik ontdekte dat zij veel beter opgeleid waren dan ik. Ik ben altijd leergierig geweest en ik wilde geen genoegen nemen met het niveau dat ik had. Mijn vader had een kruidenierszaak en hij wilde graag dat ik hem zou opvolgen, maar mijn hart lag bij de theologie. Dat was voor hem natuurlijk wel een teleurstelling! Ik heb in het Leger het belang ingezien van een persoonlijke relatie met God en dat is altijd een centraal punt in mijn leven gebleven.

 Ik begon met Staatsexamen. Dat betekende een jarenlange studie. Dat viel niet altijd mee naast mijn werk en met een gezin met jonge kinderen! Nellie vertelt: ‘Overal in huis hingen spiekbriefjes met Griekse en Latijnse woorden, op de spiegel in de badkamer en  in de keuken. De studie was toen nog heel anders dan nu. Je moest de leerstof van jaren onthouden om het in een keer te kunnen produceren!’

In 1965 ging ik naar de gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, wat voor de hand lag omdat we in Amstelveen woonden. Ik kreeg een beurs en een renteloos voorschot en verder heeft Nellie gedeeltelijk de kost verdiend op de administratie van de Vrije Universiteit.

In 1970 ben ik afgestudeerd en beroepen in mijn eerste gemeente Grijpskerke op Walcheren.Toen ben ik verder gegaan met mijn doctoraal.

 Waarom heb je voor je promotie als onderwerp Karl Barth gekozen?

Tijdens mijn studie volgde ik de dogmatiekcolleges van Professor van Niftrik over Barth en dat was voor mij echt theologie studeren! Van Niftrik was destijds voorzitter van de Confessionele Vereniging. Zo ben ik ook met ons blad in aanraking gekomen. Toen ik Van Niftrik eens vroeg wat Confessioneel betekende, antwoordde hij: ‘Confessioneel, dat ben ik!’

 Ik heb me in die jaren in Barth verdiept en een diepe vreugde daarbij ervaren omdat ik van hem leerde dat je in de theologie altijd beginnen moet bij de Here Jezus en ook bij Hem moet blijven. Hij is het hart van de Schriften en de theologie. Er is geen theologie zonder Christus, want dan kom je bij de filosofie. Het trok me bij Karl Barth aan dat hij er altijd de nadruk op legt dat Christus  voor alle mensen is gekomen als een Zaligmaker voor zondaren. We moeten daaruit niet de conclusie trekken dat alle mensen dan wel zalig zullen worden! Daar komt het werk van de Heilige Geest aan de orde. Hij moet in de harten werken en het geloof wekken. In mijn proefschrift heb ik  aandacht besteed aan het werk van de Heilige Geest. Wij mogen Christus prediken aan alle mensen.

Welke betekenis heeft Israël?

In het begin hield ik me niet zo met Israël bezig. Bij het Leger des Heils ging het daar

helemaal niet over. Door vrienden werd ik gewezen op de bijzondere plaats van Israël, en de laatste tijd heb ik veel liefde voor Israël gekregen. Ik ontvang de krant van Christenen voor Israël en ik heb veel lezingen gehouden over de liefde die God voor Zijn volk heeft. In vele jaren heb ik ontdekt: Israël is en blijft Zijn volk. Je leest daarover in Romeinen 9-11. Het Koninkrijk van God zal niet uitbreken buiten Israël om. Het zal niet naadloos overgaan van de Kerk naar het Koninkrijk, maar loopt via Jeruzalem. Tijdens iedere kerkdienst bid ik voor de vrede van Jeruzalem en ook thuis bidden Nellie en ik elke dag voor Israël.

 Hoe belangrijk is theologie? In Evangelische kring wordt daar nogal eens negatief over gedacht.

Theologie is de brug naar de Kerk der eeuwen! Ik heb in mijn eigen ontwikkeling ervaren hoe oppervlakkig het geestelijk leven kan zijn. Als er een overwaardering is van de Heilige Geest of de volwassenen doop, dan is er geen evenwicht. Het iedere week ‘Jezus redt’ kan een kreet worden. Bij Evangelischen ontbreekt vaak een gevoel voor geschiedenis. Het begint niet bij ons, wij hebben het niet alleen,  maar wij hebben de geloofswaarheden gekregen via de vaderen in de kerk. Theologie heeft dus duidelijk een historisch karakter. Daarom heb ik ook o.a. geschreven over de kerkvaders, bijvoorbeeld over Johannes Chrysostemus ‘Johannes met de gouden mond’.

 Welke rol speelt de multiculturele samenleving in het Christendom? Worden we ons meer bewust van ons eigen geloof, of is er niet één bepaalde zaligmakende  religieuze stroming, en zijn bijvoorbeeld Moslims en Hindoes toch ook gelovig?

Natuurlijk  moeten we Moslims en Hindoes ook aanvaarden als gelovigen. Aan de andere kant heeft God ons in Nederland en West-Europa een eigen erfenis gegeven. Het verdrietige is niet dat er Moslims en Hindoes in ons midden zijn, maar dat we onze eigen erfenis verwaarlozen. We zijn geen christelijke natie meer. Kerken gaan dicht en moskeeën worden gebouwd. Mensen weten het verschil tussen Pasen en Kerstmis niet meer. We raken de zondag kwijt en Gods Woord gaat dicht. Zelfs als de kerk vol is, is dat nog maar een klein gedeelte van de samenleving. En de kerken zijn vaak niet vol. Dat is het verdrietige!

 Hoe desastreus zijn de gevolgen van de PKN, ook met het oog op de Hersteld Hervormden?

In de tijd van Samen op Weg  ben ik zeer met dit proces bezig geweest. Dat was nog in de tijd van de consideraties, vóór de vereniging. Ik kan me niet verheugen over de PKN.  Ik ben Nederlands Hervormd geworden, maar ik zeg niet graag dat ik lid ben van de PKN. We hebben als Confessionele Vereniging tot het laatst toe aan de bel getrokken. Laten we tot een federatie komen, zodat we onszelf kunnen blijven. Maar geen fusie. Deze is opnieuw op een scheuring uitgelopen. Je ziet nu dat de kerken vaak nog sneller leeglopen dan tevoren. Ik zie er weinig goeds van.

 Welke bijdrage aan het denkklimaat in de kerk kan ons blad Confessioneel leveren?

Onze taak is het om voortdurend de waarde van de Geloofsbelijdenis en de onfeilbaarheid van Gods Woord vast te houden en daar op te wijzen. Sommigen menen dat ze kunnen heersen over Gods Woord en de Geloofsbelijdenis dicht laten. Maar dit is de consistente bijdrage van onze Vereniging: getuigen van de onfeilbaarheid van het Woord en het belang van de belijdenis. Dat is hard nodig in onze tijd. Ik hoop daar zo lang mogelijk mijn steentje aan te kunnen bijdragen.

vovlogonieuw .jpg

Wie is online

We hebben 123 gasten en geen leden online

Copyright Oud Valkenburg