Vereniging Oud Valkenburg

De historie van de hervormde kerk in Valkenburg


Deel 1

Ds. D. Lekkerkerker, die van 1953 tot 1967 onze hervormde gemeente diende, onderzocht vele oude geschriften over het tot stand komen van de christelijke kerk in Valkenburg aan den Rijn. Bekend is dat Willibrordus onder meer in Holland het Evangelie verkondigde. Hij stichtte meerdere kerken: de christelijke kerken in Vlaardingen, Oegstgeest, Velsen, Heiloo en Petten werden vermoedelijk door hem gewijd. Over de plaatselijke situatie in het verleden is ons veel minder bekend. Bijna 50 jaar geleden hield onze predikant voor de gemeente een lezing over het prille begin van de christengemeente in Valkenburg aan den Rijn. Enkele gegevens uit die lezing breng ik graag weer onder de aandacht. De eerste christelijke kerk werd hier omstreeks het jaar 825 gebouwd met tufsteen. Het was niet zo moeilijk aan dit materiaal te komen; de ruïne van het voormalige castellum leverde genoeg op. Het werd een flinke kerk van circa 30 bij 12 meter. Ruim 1100 jaar geleden - van Katwijk en Leiden was toen nog weinig te bekennen - werd in Valkenburg de parochiekerk gevestigd. Katwijk aan Zee omvatte in die tijd slechts een aantal hutjes voor vissers en Katwijk aan den Rijn kreeg wat later enige bekendheid door de aanwezigheid van een leprozenkolonie. De Katwijkers werden pastoraal verzorgd vanuit Valkenburg. Het was in het jaar 1295, dat de Katwijkers de bisschop van Utrecht verzochten om een eigen pastoor. De pastoor van Valkenburg verzette zich daartegen, gelet op de dan teruglopende inkomsten bij de mis. Voor de melaatsen was in Katwijk aan den Rijn inmiddels een kapelletje ingericht, omdat voor hen de gang naar Valkenburg te zwaar zou zijn. De bisschop van Utrecht zond een tweetal pastoors (Johannes en Bartholomeus) hierheen met de opdracht het geschil tussen de Katwijkers en de pastoor van de parochiekerk te Valkenburg te onderzoeken en daarover te berichten. De genoemde visitatoren brachten verslag uit aan het bisschoppelijk hof, waarna de bisschop de pastoor van Valkenburg in het gelijk stelde. De Katwijkers werd bevolen de mis in Valkenburg bij te wonen en daarnaast werd verboden in de Katwijkse kapel de mis op te dragen.Het besluit van de bisschop was gebaseerd op het gegeven dat de Katwijkers een onjuiste voorstelling van zaken hadden gegeven! De centrale functie van Valkenburg heeft geduurd tot het einde van de 14e eeuw. Wellicht is het goed later in Kerkewerk iets meer aandacht aan het onderzoek van wijlen ds. Lekkerkerker te besteden.

Deel 2

De centrumfunctie van Valkenburg ging in de loop van de 13e eeuw verloren. De beide Katwijken werden zelfstandig. In Katwijk aan Zee werd anno 1133 door enkele Duitse monniken een kerk gesticht. Katwijk aan den Rijn groeide circa 1350 tot zelfstandigheid; in het jaar 1356 kreeg het dorp een eigen begraafplaats. Voordien werden de doden in Valkenburg begraven. De neergang van het kerkelijk leven in Valkenburg had tot gevolg dat de parochiekerk werd opgeheven; de geestelijke verzorging werd ondergebracht bij Wassenaar. In het begin van de 15e eeuw werd door een tweetal personen (vermoedelijk de ambachtsheer van Wassenaar en ene Van Egmond) aan de bisschop van Utrecht in Valkenburg verzocht, wederom een parochiekerk te vestigen en wel een met een eigen pastoor. Dat verzoek werd gehonoreerd. Daarna kwam de reformatie in zicht. De slotvrouwe van Torenvliet was reeds in 1546 de nieuwe leer toegedaan, maar de toenmalige ambachtsheer bleef trouw aan de RK kerk. Die situatie duurde tot 1585. De laatste pastoor (ene Frans Worms) verkocht toen de kerk voor 16 Carolus guldens aan de gereformeerden. Over de geschiedenis van de Hervormde gemeente kunt u meer lezen in het boekje dat ter gelegenheid van het 400jarig bestaan van de gemeente is uitgegeven, getiteld “400 jaar HERVORMD VALKENBURG” Bij de huidige rentmeesters van onze gemeente kunt u ongetwijfeld nog wel een exemplaar verkrijgen. Tot zover een blik in het verleden van de christengemeente in ons dorp.

Deel 3

De vorige keer zijn we met grote stappen door de beginperiode van de christengemeente te Valkenburg gelopen; de parochie Valkenburg aan den Rhijn was een partje van de ongedeelde katholieke kerk. Aanvankelijk ressorteerde Valkenburg (en geheel Holland) onder het aartsbisdom Keulen. Bij Pauselijke bul van 11 maart 1560 werd het bisdom Utrecht verheven tot aartsbisdom en werd bij hetzelfde decreet het bisdom Haarlem ingesteld, dat de in Holland gelegen parochies bestuurde. Waarschijnlijk wilde paus Pius IV (die van 1559 – 1565 regeerde) het kerkelijk bestuur versterken. De reformatie kreeg in deze streken een brede aanhang. Valkenburg en de beide Katwijken vormden in die tijd een gereformeerde of hervormde gemeente. In 1598 scheidde Katwijk aan Zee zich af van deze combinatie, waarna op 6 maart 1619 Valkenburg en Katwijk aan den Rijn separeerden. De eerste Valkenburgse predikant was ds. J.D.Reverset. Deze herder en leraar diende eerder (van 1599 af) zowel Katwijk aan den Rijn als Valkenburg. De hervormde gemeente van Valkenburg beschikte in die tijd over een ruim en hoog kerkgebouw; de kerkzaal was voorzien van twee kaarskronen. De bij de kerk horende toren werd toentertijd als “lange Maay” aangeduid. Op 5 september1665 – tijdens een zwaar onweder – viel zij aan het vuur ten offer. Tot zover weer een stukje van Valkenburgs geschiedenis.

Deel 4

Onze oud-predikant ds. A.Pars van Katwijk aan den Rijn (1671 – 1719) heeft zich als herder en leraar toentertijd in de geschiedenis van deze streek verdiept. In zijn aantekeningen kunt u lezen, dat in het jaar 1592 (22e van de lentemaand) werd goedgekeurd, dat het Heilig Avondmaal zou worden gehouden en wel op Kerstdag in Katwijk aan zee; op Paasdag in Katwijk aan den Rijn en op Pinksterdag in Valkenburg. Het was in het jaar 1599, dat de kerkenraad besloot om voor het Heilig Avond-maal geen huisbezoek te brengen, maar alle lidmaten uit te nodigen in de kerkenraadskamer om kennis te nemen van eventuele “zwarigheden”, dan wel of er twijfel in de leer is. Wij naderen nu de tijd in welke de Katwijkse kerken, zowel als de andere in Holland, door Gods opperste voorzorg en onverdiende genade, rechtzinnige leraars hebben gekregen. Van het jaar 1607 (18e van de sprokkelmaand) dateert het gebruik, dat tijdens begrafenissen een diaken zou “omgaan” ten behoeve van de armen. Tot zover enkele aanhalingen, welke ds. Lekkerkerker - die van 1953 – 1967 Valkenburg diende - ons heeft aangereikt. De gezonde leer en de kerkgeschiedenis waren hem kennelijk dierbaar. Men kan zich afvragen of na de culturele revolutie in het 7e decennium van de vorige eeuw niet een tekort aan belangstelling voor de geschiedenis van ons vaderland en onze vaderlandse kerk is ontstaan.

Deel 5

Ditmaal enige aandacht voor de beschouwingen van Jacob van Lichtenberg. Proost van de Sint Pieterskerk te Utrecht en plaatsvervangend bisschop (vicaris) te Utrecht. Deze hebben geleid tot het herstellen van de parochiekerk te Valkenburg in het jaar 1424.
Hij spreekt eerst de volgende preambule uit:
"In naam van de Heilige Onverdeelde Drievuldigheid, wens ik alle christengelovigen (zowel de tegenwoordige als de toekomende) de ware zaligheid". Waarna hij vervolgt: "De in Christus beminde mannen, te weten de edele heer Hendrik, Heer van Wassenaar, Ridder onder het sticht van Utrecht en de ingezetenen en inwoners van het dorp Valkenburg onder hetzelfde sticht, hebben ons ootmoediglijk doen bidden.
Aangezien in het dorp Valkenburg een kapel is gebouwd, welke vanouds een parochiekerk is geweest, doch naderhand om de geringheid van haar renten en inkomsten met de parochiekerk te Katwijk verenigd werd, maar thans door Gods gunstige bijstand genoegzaam voorzien is om een priester te onderhouden. Gelet op het voormelde grootmoedige verzoek, zal ik de kapel van Valkenburg tot de waardigheid van parochiekerk doen oprichten. Ook zal deze nieuwe parochiekerk de zelfbestiering beoefenen; daarnevens de bewaring van de reliquien waarnemen. Daarnaast zal men zorgen voor een doopvont en een plaats om het allerheiligst sacrament te bewaren. Voor de kerk zal een open plaats zijn en een kerkhof voor begrafenissen.
Wij bevelen alle inwoners en personen van Valkenburg, dat zij - de voornoemde kerk, nadat zij behoorlijk ingewijd is - voortaan voor de ware parochiekerk zullen houden en deze zullen bezoeken; dat zij de goddelijke vermaningen uit de mond van den pastoor en regent zullen gehoorzamen.
Tot zover een blik op de omstandigheden, waaronder ons verre voorgeslacht het christelijk geloof beleefde. Van die katholieke gemeenschap wilden wij na de reformatie de legitieme voortzetting zijn en wel eveneens met de belijdenisgeschriften van de oude kerk.
Zou de naam Protestantse Kerk Nederland historisch gezien niet beter kunnen luiden:
Hervormd Katholieke Kerk in Nederland?

Deel 6

Voor de verandering wat recentere gebeurtenissen. Een kinderversje ter inleiding: Plant, Heer, mij in uw akker, trek mij uit mijn eigen grond. Maak door uw Geest mij wakker, houd mijn arme ziel gezond. Gerrit Knap, broodbakker in Amsterdam, en zijn vrouw Catharina Vis waren de ouders van Jan Jacob, geboren 27 juni 1806. Zijn moeder leerde hem en haar andere kinderen dit versje. Jan vertelt dat zijn vader bij het bidden vaak Johannes 17, ves 3 aanhaalde (Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt). De Heidelbergse catechismus liet zijn vader hem al spoedig uit het hoofd leren (ik herinner mij als catechisant eenzelfde opdracht). Jan wilde graag predikant worden, maar die mogelijkheid leek uitgesloten; zijn vader was gestorven, zijn moeder had vele bezwaren. Edoch, via het ingrijpen van zijn voogd ging Jan naar de Latijnse school en werd bedienaar van het Goddelijk woord. Na drie jaar had hij zijn studie volbracht; studiegenoten waren onder meer A.C. van Raalte en A.Brummelkamp. In onze vaderlandse kerkgeschiedenis bekend als aanhangers van de afscheiding. Op 7 mei 1829 legde ds. Knap het proponentsexamen af van het Provinciaal Kerkbestuur van Zuid-Holland. Al vrij vlug kreeg hij een beroep naar Valkenburg, dat hij aannam. Op 6 september 1829 begon hij hier zijn arbeid. 26 februari 1832 ging hij naar zijn tweede gemeente, te weten Heerde. Daar trok hij veel kerkvolk als verkondiger van de oude gereformeerde leer. De veel beluisterde predikant kreeg tijdens zijn ambtsperiode 117 beroepen. Op 29 maart 1865 overleed ds. Knap.

Deel 7

Ditmaal vraag ik uw aandacht voor dominee Frans Lion Cachet, in de jaren 1880 -1883 predikant van onze gemeente. (Zie het predikantenbord achter in onze kerk! ) Frans werd op 21 januari 1835 te Amsterdam geboren als kind van Joodse ouders. Hij ontving samen met zijn ouders op 30 september 1849 de Christelijke doop in de Noorderkerk te Amsterdam.

Zijn theologisch onderricht ontving hij aan het Schots seminarie. Dit seminarie was in 1853 gesticht door Van Loon, Schwartz, Smith en Da Costa; personen waarvoor onze predikant levenslang grote verering behield. Na de graad van licentiaat der vrije Schotse kerk te hebben verkregen (25 maart 1858) vertrok hij 5 april 1858 naar Zuid Afrika. Reeds als knaap had hij zich aangetrokken gevoeld tot dat deel van de wereld. Hij hoopte in de Nederduits-Gereformeerde kerk (de Kaapse kerk) een werkkring te vinden, maar de actuaris van de synode achtte het in Amsterdam uitgereikte diploma onvoldoende. Er werd wel een tijdelijke plaats voor hem gezocht; hij was onder meer voorganger van de Independent Gemeente van kleurlingen. Daarna – hij wilde gaarne geordend predikant worden – werd hij predikant van de Presbyteriaanse vrije Schotse kerk in Brits kafferland. Zijn volgende gemeente lag in Oranje-Vrijstaat; deze gemeente was door scheuring verdeeld. Ds.Lion Cachet slaagde erin – ondanks verzet uit Nederland – de afvalligen weer terug te voeren naar de gemeente. Vervolgens vertrok hij naar Nederland. Hij werd reizend predikant in dienst van de in 1864 opgerichte Confessionele Vereniging. Eerst in 1874 werd hij tot de evangeliebediening in de Nederlandse Hervormde kerk toegelaten. Zijn eerste Hervormde gemeente werd Loosdrecht (17 september 1874). Na een jaar keerde hij terug naar Zuid Afrika; hij bleef 5 jaar in de kaapkolonie als predikant te Villiersdorp. Na zijn terugkeer werd hij op19 december 1880 predikant van Valkenburg aan den Rijn; in 1883 vertrok hij naar Rotterdam. Hij bleef actief onder meer als inspecteur van de Gereformeerde zending op Java. In de Rotterdamse periode was hij met zijn kerkenraad meegegaan op het pad van de doleantie. Na een bezoek aan Egypte en Palestina wilde hij zijn indrukken op papier stellen , maar de dood overviel hem. Dominee Lion Cachet overleed te Bergen op Zoom op 27 november 1899.

Deel 8

Op het predikantenbord achter in de kerk staan enkele predikanten, welke aandacht kregen in de Acta van de particuliere synode van Zuid-Holland (van 1621 – 1700) ; zij werden verzameld door dr. W.P.C. Knuttel. Ds.Johannes Swalmius van 1621 -1661, diende onze gemeente van het begin van zijn predikantschap tot het einde daarvan. Hij was in die tijd afgevaardigde naar vele synoden. Valkenburg maakte in die tijd deel uit van de classis Leiden en Neder-Rhijnland. De genomineerde personen voor opvolging waren Boerhave (een halfbroer van de bekende medicus) en Billet. Edoch, alle door hen af te leggen tentamina waren vruchteloos. De opvolger werd Ds.Johannes Wijngaarden (van 1661 -1671). Ten aanzien van hem werd opgemerkt, dat – na zijn bevestiging - in de kerk goede rust en volle vrede werd gevonden. Ds. Wijngaarden was tevens actief als kerkelijk visitator. Gedurende de jaren 1672 -1675 diende D.Petrus Hollebeek Hervormd Valkenburg; over zijn dienst ter plaatse bleek weinig informatie; hij vertrok naar Alphen (classis Woerden en Overrijnlant). Daarna krijgt Valkenburg Ds. Theodorus Akersloot als predikant. Hij begon zijn ambt met “een zeer geleerde, doorwrochte, welgepaste en stichtelijke predicatie uit Mattheus 18, vers 20”. De heer Johannes Texelius (phil. Doctor en professor), predikant te Rotterdam heeft hem – als gedeputeerde van de synode – ingezegend met een zeer ijverig en krachtig gebed. Ds. Akersloot was een aandachttrekkend persoon. Er waren klachten over vermeende simonie en verder was er misnoegen over hem; hij werd o.m. aangemerkt als doleant en remonstrant. Van 1676 af tot 1706 diende hij Valkenburg aan den Rijn. Ds. Boerhave hiervoor genoemd volgde hem op. Voor ons geldt: Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot U hebben gesproken (Hebreeën 13, vers 7a).

Deel 9

Voor de laatste maal enige aandacht voor een onzer oud-predikanten, te weten Gerardus Johannes Lette in de jaren 1745 - 1747 herder en leraar alhier. Hij werd geboren in Leiden en gedoopt in de Pieterskerk op 29 juni 1725. Zijn ouders waren Johannes Lette (medisch doctor en apotheker) en Cornelia Helena Mayden. Gerardus studeerde aan de Hogeschool te Leiden, waar hij op 16 februari 1740 werd ingeschreven; 11 december 1745 verdedigde hij onder voorzitterschap van professor Schultens een dissertatie over Augustinus. Na afgelegd preparatoir examen voor de classis Leiden en Neder-Rhijnland op 3 april 1746 werd hij toegelaten als proponent; na peremptoir te zijn geexamineerd in dezelfde classis (7.9.1747) werd hij op 24 september 1747 bevestigd te Valkenburg door zijn voorganger. Dat was dominee A.G.van Bijlert, die Valkenburg diende van 1745 tot 1747. Ds.Lette trad in februari 1750 in het huwelijk met Sophia Nijgh, een Katwijkse; zij kregen twee kinderen, n.l. een zoon, die later predikant werd en 6 vaderlandse gemeenten diende en een dochter. Onze voorganger nam afscheid van Valkenburg met een prediking over 2 Kor. XIII, vers 11. De preek werd later in druk uitgegeven. De volgende gemeente werd Zierikzee. Na een ziekte van 12 dagen stierf hij op vijfendertigjarige leeftijd. Vele predikanten hebben onze gemeente Valkenburg met trouw aan de Bijbel en de belijdenissen gediend; soms met subjectieve eenzijdigheid en allen ook met de tekst: Niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen (Pred.7 vers 20). In de 19e eeuw hebben vele predikanten (ook enkele Valkenburgse predikanten) de Vaderlandse kerk verlaten. Thans kan men zich afvragen of de huidige ontkerkelijking niet mede een gevolg is van twisten op het kerkelijk erf. De vermaarde theoloog dr. H.F.Kohlbrügge merkte toentertijd reeds op, dat de afscheiding in een strik van de duivel was gevallen.

Deel 10

Na raadpleging van de door ds. D. Lekkerkerker verzamelde geschiedkundige informatie over de kerk, alsmede over de dienaren van onze kerkelijke gemeente, ditmaal de laatste bijdrage. De geschiedenis van christelijk Valkenburg was in vele opzichten kleurrijk. Reeds in het jaar 866 wordt de kerk in Valkenburg genoemd onder de bezittingen van de Sint Maartenskerk te Utrecht. Genoemd jaar komt goed overeen met de gegevens, welke prof. Van Giffen publiceerde, omtrent de opgravingen in de jaren 1943 – 1948, met name op de plaats van de in de oorlogsdagen van mei 1940 verwoeste kerk. Een andere belangrijke datum uit de geschiedenis van de kerk in Valkenburg is 22 maart 1592. We zijn dus in de tijd van de hervorming; de genoemde datum kan men aanmerken als de geboortedag van de Hervormde gemeente. Niet dat toen voor de eerste maal van de kansel af de nieuwe leer werd verkondigd. Reeds geruime tijd waren altaar en beelden uit de kerk verwijderd. Wij kunnen ook lezen, dat in het jaar 1589 twee kapellen – die tegen het dwarsschip van de kerk waren gebouwd – waren omgebouwd tot catechisatiekamer. De gereformeerde of hervormde leer werd toentertijd reeds onderwezen. Men moet echter wel bedenken, dat het een klein groepje mensen betrof. Tien jaar later telde Valkenburg samen met Katwijk aan den Rijn 45 belijdende leden. De grote meerderheid bleef trouw aan de roomse leer; maar de kleine groep had de macht. Nadat in 1573 in Alkmaar de Victorie was begonnen en nadat in 1574 Leiden werd ontzet, had de vrijheidsoorlog tegen Spanje een gunstige wending genomen. Heel Holland was in handen van de Prins. Overal werd de hervorming begunstigd en de roomse eredienst afgeschaft. Maar in die eerste tijd was het aantal aanhangers van de hervorming in Valkenburg gering; het was aanvankelijk niet mogelijk ambtsdragers te verkiezen. Op 3 maart 1594 achtte men het goed, dat zondagsmiddags niet werd gepreekt. Iedere broeder van de gemeente werd om één uur in de kerkkamer verwacht om daar uit het zgn. huisboek van Bullinger (een stichtelijk geschrift) te horen voorlezen. Wie niet kwam kreeg een boete opgelegd. Later werd de catechismus door de schoolmeester voorgelezen. Men onderkende kennelijk het belang van goed onderricht.

M.J.Vos

 

vovlogonieuw .jpg

Wie is online

We hebben 143 gasten en geen leden online

Copyright Oud Valkenburg